Liturgie

  • Zondag 14 april 17:00

    Zingen op Zondag

    Hoger dan de blauwe luchten,
    en de sterretjes van goud.
    Woont de Vader in de hemel,
    Die van alle kind’ren houdt.

    Ook voor zieke kind’ren zorgt Hij,
    kent hun tranen en hun pijn.
    Ja, voor grote en voor kleine,
    wil de Heer’ een Helper zijn.

    Daarom vragen wij eerbiedig,
    vouwen wij de handjes saam’.
    Heer’ die altijd naar ons luistert,
    neem ook ons gebedje aan.

    Vaste rots van mijn behoud,
    als de zonde mij benauwt,
    laat mij steunen op Uw trouw,
    laat mij rusten in Uw schauw,
    waar het bloed door U gestort,
    mij de bron des levens wordt.

    Jezus, niet mijn eigen kracht,
    niet het werk door mij volbracht,
    niet het offer, dat ik breng,
    niet de tranen, die ik pleng,
    schoon ik ganse nachten ween,
    kunnen redden, U alleen.

    Zie, ik breng voor mijn behoud
    U geen wierook, mirre of goud;
    moede kom ik, arm en naakt,
    tot de God, die zalig maakt,
    die de arme kleedt en voedt,
    die de zondaar leven doet.

    Eenmaal als de stonde slaat,
    dat dit lichaam sterven gaat,
    als mijn ziel uit de aardse woon
    opklimt tot des rechters troon,
    Rots der eeuwen, in Uw schoot
    berg mijn ziele voor de dood.

    Eens zal op de grote morgen,
    klinken het bazuingeschal,
    dan zal Jezus wederkomen,
    als de Rechter van ’t heelal.
    Wie zal op die grote morgen,
    buigen voor die Majesteit?
    Wie zal op die grote morgen,
    vluchten voor die heerlijkheid.

    Eens zal op de grote morgen
    ’t mensdom zwijgen eind’lijk stil
    Dan zal Jezus Christus vragen
    ‘wat deed u om Mijnent-wil?”
    Wie zal op die grote morgen,
    buigen voor die Majesteit?
    Wie zal op die grote morgen,
    vluchten voor die heerlijkheid

    Eens zal op de grote morgen
    Jezus macht worden erkend
    Dan zal ieder mens beseffen
    Dat Gods woord geen leugens kent
    Wie zal op die grote morgen,
    buigen voor die Majesteit?
    Wie zal op die grote morgen,
    vluchten voor die heerlijkheid

    Eens zal op de grote morgen,
    blank en bruin worden vereend;
    kleur of ras is niet belangrijk,
    maar Gods gunst aan ons verleend.
    Wie zal op die grote morgen,
    buigen voor die Majesteit?
    Wie zal op die grote morgen,
    vluchten voor die heerlijkheid

    ’t Hijgend hert der jacht ontkomen
    Schreeuwt niet sterker naar ’t genot
    Van de frisse waterstromen
    Dan mijn ziel verlangt naar God
    Ja, mijn ziel dorst naar de Heer
    God des levens, ach, wanneer?
    Zal ik naad’ren voor Uw ogen
    In Uw huis Uw naam verhogen

    O, alle dorstigen, komt tot de wateren
    Gij die geen geld hebt, komt, koopt en eet
    Koopt zonder geld, kom en wacht niet tot later
    God houdt voor d’armsten Zijn tafel gereed.

    Waarom gezwoegd voor een spijs die niet voedde
    Voor wat geen brood is, uw schatten verkwist ?
    Doet naar Mijn Woord, dan geniet u het goede
    Dan wordt uw hart uit Mijn volheid verfrist.

    Zoek dan de Heer’ want nu is Hij te vinden.
    Roept Hem nu aan, want nu is Hij nabij.
    Vliedt van de paden des onrecht, verblinden
    Breek met de zonden, bekeert u tot Mij.

    Ziet, eveneens als de sneeuw en de regen
    daalt en niet weerkeert, maar d´aarde besproeit,
    tot op de velden die ruisen van zegen
    ´t voedzame brood in de korenhalm groeit.

    Zo zal Mijn Woord zijn, niet leeg keert het weder,
    waar Ik het zende, volvoert het Mijn raad.
    ´t Daalt in de harten bezielend terneder,
    ´t wekt er een leven, dat nimmer vergaat!

    In de nacht van strijd en zorgen
    kijken wij naar U omhoog,
    biddend om een nieuwe morgen,
    om een toekomst vol van hoop.

    Ook al zijn er duizend vragen,
    al begrijpen wij U niet,
    U blijft ons met liefde dragen,
    U die alles overziet.

    U geeft een toekomst vol van hoop;
    dat heeft u aan ons beloofd
    Niemand anders, U alleen,
    leidt ons door dit leven heen.

    U heeft ons geluk voor ogen.
    Jezus heeft het ons gebracht.
    Mens, als wij, voor ons gebroken
    in de allerzwartste nacht.

    U geeft een toekomst vol van hoop
    dat heeft u aan ons beloofd
    Niemand anders, U alleen,
    leidt ons door dit leven heen.

    U bent God, de Allerhoogste,
    God van onbegrensde macht
    Wij geloven en wij hopen,
    op het einde van de nacht

    U geeft een toekomst vol van hoop;
    dat heeft U aan ons beloofd
    Niemand anders, U alleen,
    leidt ons door dit leven heen

    Op ‘t hoog gebergte van Zijn heiligheden
    heeft God gesticht Zijn uitverkoren stad.
    Hij heeft de poorten Sions liefgehad
    en meer bemind dan Jakobs schone steden.

    Zie, Filistijnen, Tyriërs en Moren
    zijn in Uw stad, als moeder, voortgebracht.
    Men zegt: ‘Van Sion komt het nageslacht
    dat door Gods Geest daar is uit God geboren.’

    Daar zullen zangers overluid bezingen,
    door snarenspel en slagwerk begeleid,
    Gods lof en eer, die uit de eeuwigheid
    hier als een heilsfontein voor mij ontspringen

    Groot is uw trouw, o Heer,
    mijn God en Koning.
    Er is geen schaduw van omkeer bij U.
    Ben ik ontrouw, Gij blijft immer Dezelfde
    die Gij steeds waart,
    dat bewijst Gij ook nu.

    Groot is uw trouw, o Heer,
    groot is uw trouw, o Heer,
    iedere morgen aan mij weer betoond.
    Al wat ik nodig had, hebt Gij gegeven.
    Groot is uw trouw, o Heer,
    aan mij betoond.

    Gij geeft ons vrede, vergeving van zonden,
    en uw nabijheid, die sterkt en die leidt:
    Kracht voor vandaag,
    blijde hoop voor de toekomst.
    Gij geeft het leven tot in eeuwigheid.

    Groot is uw trouw, o Heer,
    groot is uw trouw, o Heer,
    iedere morgen aan mij weer betoond.
    Al wat ik nodig had, hebt Gij gegeven.
    Groot is uw trouw, o Heer,
    aan mij betoond.

  • Zondag 14 april 15:30

    Voorzang: Ps. 122:2
    Ps. 33:11
    Gez. 12:7
    Schriftlezingen: Genesis 1:1-2, 26-27 en 2 Korinthe 13:11-13
    Ps. 2:4-5
    Gez. 6:1-2
    Ps. 143:10

    We ontvangen in deze leerdienst bijbels onderwijs aan de hand van de artikelen 8 en 9 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
    Thema: Het geloof in God drie-enig
    1. Beleden
    2. Bewezen
    3. Beleven
    4. Bestreden
    5. Bewaren

    Om (samen) te overdenken/bespreken
    Vragen bij de NGB-preek:
    1. Voor de kinderen:
    – Wie is God?
    – God is drie-enig. Wat betekent dat?
    – Wat kun je vertellen over God de Vader? Over God de Zoon? En over God de Heilige Geest?
    – Hoe weet je dit?
    – Is het belangrijk dat je dit weet, gelooft? Waarom?
    – Wat merk, hoor, zie jij van God de Vader? En van God de Zoon, de Heere Jezus? En wat van de Heilige Geest?

    2. Voor de jongeren:
    – Wie is God?
    – Wat betekent het dat God één is? En wat dat er ín Hem drie personen zijn?
    – Hoe zou jij aan een ‘buitenstaander’ de drie-eenheid van God uitleggen?
    – Waarom is de drie-eenheid van God geen bij- maar hoofdzaak?
    – Waarom zou de drie-eenheid van God de hele (kerk)geschiedenis door steeds weer (opnieuw) bestreden zijn?
    – Hoe is het werk van de Vader, de Zoon en van de Heilige Geest in jouw leven te herkennen?

    3. Waarom begint Guido de Brès het belijden van de God die Zich openbaart, met de belijdenis van Zijn drie-eenheid?
    4. Waarom mogen we deze belijdenis niet negeren, naast ons neerleggen, overslaan?
    5. Er staat een Jehova-getuige bij u aan de deur, die zegt: ‘wat jullie leren over de drie-eenheid klopt gewoon niet’, hoe reageert u dan?
    6. Wat ‘bevindt’ (ervaart) u van het werk van de drie-enige God in uw leven?
    7. Waar is deze ‘bevinding’, als het goed is!, op gefundeerd?

  • Zondag 14 april 9:30

    Voorzang: Ps. 116:11

    Ps. 63:1, 2
    Ps. 119:88
    Ps. 25:4,5
    Ps. 79:4, 7
    Ps. 56:6

    Johannes 21:1-19